Bouwers
Kennisbank
Kennisbank

Luchtdicht bouwen betekent dat we naden en kieren in de schil rondom de verwarmde ruimtes zorgvuldig afdichten. Die schil bestaat uit de vloer, buitenwanden, ramen, deuren en het dak.
Vooral de aansluitingen tussen deze onderdelen vragen aandacht. Denk aan de overgang van het dak naar de gevel, de ruimte rondom een kozijn en plekken waar leidingen door de constructie gaan. Een doorlopende luchtdichte laag voorkomt dat lucht daar ongecontroleerd doorheen stroomt.
Isolatiemateriaal presteert goed wanneer ongewenste luchtstromen door en langs het materiaal worden beperkt en het niet te vochtig wordt. Daarom moeten de isolatie, luchtdichting en winddichting goed op elkaar aansluiten.
Bij veel dak- en houtskeletconstructies zit aan de warme binnenzijde een luchtdichte laag die ook de doorgang van waterdamp afremt. Aan de buitenzijde beschermt een winddichte laag de isolatie tegen binnenstromende buitenlucht. Het isolatiemateriaal sluit daar zorgvuldig op aan, zonder open naden of onbedoelde holtes.
Welke folies of plaatmaterialen daarvoor geschikt zijn, hangt af van de constructie. De volledige laagopbouw moet ervoor zorgen dat vocht zo veel mogelijk wordt tegengehouden waar dat nodig is, en kan uitdrogen waar dat mogelijk is.

Een luchtdichte woning heeft voortdurend verse lucht nodig. Daarom bekijken we isolatie, luchtdichting en ventilatie vanaf het ontwerp in samenhang.
Ventilatie zorgt voor de aanvoer van verse lucht en de afvoer van vocht en vervuilde lucht. Dat gebeurt via daarvoor bedoelde voorzieningen, zoals ventilatieroosters en mechanische ventilatie. Luchtlekken bieden geen betrouwbare luchtverversing: hoeveel lucht erdoorheen stroomt, hangt onder andere af van de wind.
Welk ventilatiesysteem past, verschilt per woning. Het moet voldoende capaciteit hebben, goed zijn ingesteld en goed worden gebruikt en onderhouden. Ook moet lucht tussen de ruimtes kunnen doorstromen. Ventilatieroosters en doorstroomopeningen, zoals de ruimte onder binnendeuren, mogen daarom niet zomaar worden afgedicht.
Luchtdichtheid gaat over het tegenhouden van luchtstromen door naden, kieren en materialen. Dampopenheid gaat over de mate waarin waterdamp door een materiaal kan bewegen. Een constructie kan dus luchtdicht zijn en tegelijkertijd mogelijkheden bieden voor het uitdrogen van vocht.
Dat onderscheid is ook belangrijk bij bouwen met hout en biobased isolatie. Deze materialen vragen, net als andere bouwmaterialen, om een passende laagopbouw en een zorgvuldige luchtdichting.
Een huis dat ‘ademt’ heeft nog steeds ventilatie nodig. Het vermogen van sommige natuurlijke materialen om vocht op te nemen en weer af te geven, vervangt de aanvoer van verse lucht niet.
Leon Kooijmans, duurzaamheidsspecialist
Een goede luchtdichting wordt vooraf uitgedacht. Op de tekening moet duidelijk zijn waar de luchtdichte laag loopt en hoe deze bij de verschillende bouwdelen doorloopt. Zo kunnen ook lastige aansluitingen worden voorbereid voordat de bouw begint.
Tijdens de uitvoering verdienen vooral deze plekken aandacht:
Afhankelijk van de constructie kan de luchtdichte laag bestaan uit pleisterwerk, geschikte plaatmaterialen of een folie. Naden, aansluitingen en doorvoeren worden afgedicht met passende tapes, kitten, lijmen of manchetten.
De materialen moeten geschikt zijn voor de toepassing en de ondergrond. Ook moet de afdichting beweging van de bouwdelen kunnen opvangen. Tijdens het werk blijft zorgvuldigheid nodig: een beschadigde folie of een later aangebrachte doorvoer kan de luchtdichte laag onderbreken en moet goed worden hersteld of afgedicht.
Bij nieuwbouw kan de luchtdichte laag vanaf het eerste ontwerp worden meegenomen. Dat maakt het mogelijk om aansluitingen en doorvoeren vooraf op elkaar af te stemmen.
Bij renovatie vormt de bestaande woning het vertrekpunt. Waar zitten luchtlekken? Welke onderdelen zijn bereikbaar? En hoe sluiten nieuwe bouwdelen aan op onderdelen die behouden blijven? Het vervangen van kozijnen, isoleren van een dak of plaatsen van een aanbouw biedt een goed moment om die aansluitingen te verbeteren.
Bij een dakrenovatie gaat het bijvoorbeeld om meer dan het aanbrengen van nieuwe isolatie. Ook de aansluiting van het dak op de bestaande gevels, de naden rondom dakramen en de doorvoeren van leidingen moeten zorgvuldig worden uitgewerkt. Anders kan er via die plekken nog steeds lucht ontsnappen.
Tegelijk beoordelen we hoe de woning wordt geventileerd. Zo gaat het verminderen van tocht samen met voldoende luchtverversing.
Met een blowerdoortest kan de luchtdichtheid van een woning worden gemeten. Hiervoor wordt tijdelijk een ventilator in een deuropening geplaatst. Deze creëert een drukverschil tussen binnen en buiten. De meting laat zien hoeveel lucht via ongewenste openingen door de gebouwschil stroomt. Tijdens het onderzoek kunnen ook luchtlekken worden opgespoord.
Een controle tijdens de bouw is vooral nuttig wanneer de luchtdichte laag en de aansluitingen nog bereikbaar zijn. Onvolkomenheden kunnen dan worden hersteld voordat de afwerking wordt aangebracht. Een eindmeting kan vervolgens aantonen of de afgesproken luchtdichtheid is behaald.
