Bouwers
Kennisbank
Kennisbank

Tegelijkertijd hebben gebouwen ook een ecologische functie. Vogels zoals huismussen en gierzwaluwen nestelen onder dakpannen, in kieren en achter gevels. Ook vleermuizen gebruiken gebouwen als rust-, kraam- of overwinteringsplaats. Door woningen steeds beter af te sluiten, kunnen deze verblijfplaatsen verdwijnen.
Natuurinclusief renoveren betekent daarom dat we woningen verduurzamen én bewust rekening houden met de natuur die in en rondom gebouwen aanwezig is.
Natuurinclusief renoveren betekent dat biodiversiteit wordt meegenomen in het ontwerp en de uitvoering van een renovatie.
Dat begint met het voorkomen van schade aan bestaande natuurwaarden. Als dieren gebruikmaken van een dak, gevel of spouw, kan een renovatie gevolgen hebben voor hun verblijfplaats.
Maar natuurinclusief renoveren gaat verder dan alleen beschermen. Een renovatie kan ook worden benut om nieuwe verblijfplaatsen toe te voegen of bestaande verblijfplaatsen beter in het gebouw te integreren.
Denk bijvoorbeeld aan:
Zo wordt natuur niet pas achteraf toegevoegd, maar onderdeel van het bouwkundige ontwerp.
Veel gebouwbewonende soorten gebruiken precies die plekken die tijdens verduurzaming worden aangepast.
Huismussen broeden bijvoorbeeld onder dakpannen, vaak dicht bij de dakgoot. Gierzwaluwen gebruiken kleine openingen en afgesloten ruimtes hoger in gebouwen. Vleermuizen kunnen verblijven in spouwmuren, achter betimmeringen, onder dakpannen en rondom dakranden.
Wanneer een dak wordt nageïsoleerd of een gevel wordt dichtgezet, kan een bestaande verblijfplaats daardoor onbedoeld verdwijnen.
Dat betekent niet dat woningen minder goed moeten worden geïsoleerd. Het betekent vooral dat energieprestatie en biodiversiteit tegelijkertijd moeten worden ontworpen.
Juist omdat een gebouw tijdens renovatie toch wordt geopend of aangepast, ontstaat er een logisch moment om natuurinclusieve oplossingen mee te nemen.

Bij renovatiewerkzaamheden geldt onder de Omgevingswet een specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten. Die zorgplicht geldt voor beschermde én niet-beschermde soorten.
Voor de werkzaamheden beginnen, moet daarom worden nagegaan of er aanwijzingen zijn voor bijvoorbeeld nesten, rustplaatsen, voortplantingsplaatsen of essentiële vliegroutes. Verblijfplaatsen van onder andere vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen mogen niet zonder meer worden verwijderd, afgesloten of verstoord.
Alleen buiten het algemene broedseizoen werken is niet altijd voldoende. Sommige nesten en vleermuisverblijfplaatsen zijn het hele jaar beschermd. Afhankelijk van het project kunnen daarom een ecologische quickscan, aanvullend soortenonderzoek en eventueel een omgevingsvergunning nodig zijn.
Nieuwe nest- of verblijfplaatsen zijn niet bij iedere renovatie automatisch verplicht. Ze kunnen wel onderdeel zijn van een vergunning, compensatieplan, gemeentelijk omgevingsplan of soortenmanagementplan.
Bij natuurinclusief renoveren wordt vaak onderscheid gemaakt tussen mitigerende en compenserende maatregelen.
Mitigerende maatregelen zijn bedoeld om schade vooraf te voorkomen of te beperken. Voorbeelden zijn werkzaamheden buiten kwetsbare perioden uitvoeren, gefaseerd werken, bestaande invliegopeningen behouden en vooraf tijdelijke verblijfplaatsen aanbieden. Ook het beperken van licht, geluid en trillingen kan belangrijk zijn.
Wanneer een bestaande nest- of verblijfplaats toch verloren gaat, kan compensatie nodig zijn. Denk aan geïntegreerde neststenen, permanente vleermuisverblijven of meerdere voorzieningen met verschillende oriëntaties en microklimaten.
Daarbij geldt dat compensatie niet alleen aanwezig moet zijn, maar ook daadwerkelijk ecologisch functioneel moet zijn.
Welke oplossing geschikt is, hangt af van de soort, het gebouw en de omgeving.
Voor huismussen kan bijvoorbeeld ruimte worden gemaakt bij de dakvoet. Door openingen te creëren in het onderste deel van het pannendak kunnen geschikte nestplaatsen ontstaan.
Een vogelschroot hoger in het dak kan voorkomen dat vogels zich door de volledige ruimte onder de dakpannen verplaatsen, terwijl de ventilatie van het dak behouden blijft.
Gierzwaluwen gebruiken afgesloten nestplaatsen met een kleine invliegopening. Voorzieningen kunnen bijvoorbeeld worden geïntegreerd in gevels, dakranden of onder een overstek.
Ze worden bij voorkeur hoog geplaatst en moeten beschikken over voldoende vrije aanvliegruimte. Omdat gierzwaluwen vaak in groepen nestelen, kan het zinvol zijn meerdere voorzieningen bij elkaar te plaatsen.
Voor vleermuizen kan de ruimte onder dakpannen of rondom de dakrand interessant zijn. Via geschikte openingen kunnen zij toegang krijgen tot een rustige, donkere ruimte.
Daarbij speelt ook het microklimaat een rol. Verschillende oriëntaties, materialen en temperaturen kunnen ervoor zorgen dat vleermuizen binnen een verblijfplaats kunnen kiezen tussen warmere en koelere zones.
Leon Kooijmans, duurzaamheidsspecialist
Een losse nestkast maakt een renovatie niet automatisch natuurinclusief.
Een voorziening moet passen bij de soort waarvoor deze bedoeld is. Hoogte, oriëntatie, temperatuur, aanvliegruimte en de omgeving spelen daarbij allemaal een rol.
Een verkeerd geplaatste voorziening kan nauwelijks worden gebruikt. Ook bij compensatie geldt daarom dat een willekeurige nestkast of een groen dak niet automatisch voldoende is. De ecologische functie moet daadwerkelijk worden behouden of hersteld.
Daarom blijft ecologisch maatwerk belangrijk.
Natuurinclusief renoveren wordt vaak benaderd vanuit wet- en regelgeving. Maar het biedt ook een bredere kans.
Wanneer een dak toch wordt vervangen, kunnen verblijfplaatsen direct worden meegenomen in dakvoet, dakrand of dakelement. Wanneer een gevel wordt aangepakt, kunnen voorzieningen worden geïntegreerd in plaats van later tegen het gebouw te worden gemonteerd.
Ook aanvullende maatregelen kunnen bijdragen aan biodiversiteit, zoals donkere vliegroutes, groen rondom de woning en voorzieningen voor vertraagde afvoer van regenwater.
Door hierover vroeg in het ontwerp na te denken, kunnen ecologische en bouwkundige eisen beter op elkaar worden afgestemd.
Verduurzaming gaat uiteindelijk over meer dan alleen energiegebruik.
We willen gebouwen die comfortabel en energiezuinig zijn, minder CO₂ veroorzaken, bestand zijn tegen een veranderend klimaat en zorgvuldig omgaan met materialen. Daar hoort ook bij dat gebouwen ruimte kunnen blijven bieden aan biodiversiteit.
Juist bij renovatie liggen daarvoor grote kansen.
Bij Hekstra kijken we daarom naar manieren om natuurinclusieve maatregelen praktisch te combineren met renovatieoplossingen. Bijvoorbeeld door voorzieningen in dakvoet en dakrand mee te ontwerpen en door te onderzoeken hoe verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen kunnen worden geïntegreerd in dakelementen.
Zo kan een renovatie niet alleen leiden tot een energiezuiniger gebouw, maar ook tot een gebouw waarin mens en natuur samen ruimte krijgen.
